Proof of concept vs. prototype vs. MVP
Deze drie termen worden vaak door elkaar gehaald, terwijl ze elk een andere vraag beantwoorden. Kort samengevat:
Proof of concept: beantwoordt de kernvraag “Kan het?”. Het doel is haalbaarheid bewijzen, gericht op een intern, technisch publiek. Qua volledigheid gaat het om één aanname die je test.
Prototype: beantwoordt de kernvraag “Hoe voelt het?”. Het doel is ervaring en interactie tonen, gericht op intern publiek en stakeholders. Qua volledigheid is het een klikbare schets.
MVP: beantwoordt de kernvraag “Willen mensen het?”. Het doel is waarde valideren in de markt, gericht op echte gebruikers. Qua volledigheid is het een werkend minimumproduct.
Een proof of concept richt zich op technische en praktische haalbaarheid. Een prototype laat zien hoe iets eruitziet en aanvoelt, vaak klikbaar maar zonder echte werking eronder. Een MVP (minimum viable product) is het eerste échte product dat je aan gebruikers geeft, met net genoeg functionaliteit om te toetsen of er vraag naar is.
In de logische volgorde komt de proof of concept meestal eerst: eerst bewijzen dát het kan, dan hoe het werkt en of de markt erom vraagt. Wil je dieper in het verschil tussen PoC en MVP duiken? Dat is een onderwerp op zich, dat we in een apart artikel uitwerken. Hier houden we de MVP-uitleg bewust kort.